Projects

Mannen in de kinderopvang (2001-2006)

Volgens enquêtes van Kind en Gezin was maar 0,9 procent van de medewerkers in de kinderopvang een man. Mannen vinden de job blijkbaar niet aantrekkelijk. Nochtans wordt van jonge vaders vandaag een grote betrokkenheid verwacht bij de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Bij VBJK liepen er studiedagen, onderzoeken en een sensibiliseringscampage over het thema. De campagne werd in verschillende Europese landen overgenomen.

Actie-onderzoeken over gender en professionaliteit in de beroepen voor jonge kinderen

In het begin van het nieuwe millennium besloten Kind en Gezin en VBJK om acties op te zetten rond de genderproblematiek in de Vlaamse kinderopvang. In 2001 werd een project ingediend bij het Europees Sociaal Fonds: ‘Mannen voor Kinderopvang’. Het bestond uit een onderzoeksgedeelte, het opzetten van een campagne en het aanmaken van materiaal om de sector te helpen de gendersegregatie te doorbreken. Partners binnen dit project waren Kind en Gezin, VDAB, de Gelijkekansenambtenaar van de stad Gent en de onderzoeksgroep VBJK van de vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent. Het onderzoeksproject werd afgesloten begin 2004. Op basis van de resultaten werden door Vandenbroeck en Peeters van de vakgroep Sociale Agogiek nieuwe onderzoeksvragen geformuleerd, die in 2005 en 2006 aanleiding gaven tot vier nieuwe onderzoeken.

De resultaten van het project ‘Mannen voor Kinderopvang’ maakten duidelijk dat de opleiding van cruciaal belang is om een genderneutrale constructie van professionaliteit te creëren. Een eerste onderzoek in de opleiding ‘Kinderzorg’ trachtte een zicht te krijgen op de uitval van allochtone en mannelijke studenten tijdens de opleiding (Vandenbroeck, Vannuffel, 2004). Het volgende jaar werden er twee belevingsonderzoeken opgezet bij mannelijke studenten in de opleiding Kinderzorg: één binnen het volwassenenonderwijs (Mannaert, 2006) en één binnen het secundair onderwijs (Vandenheede, 2006). Een vierde onderzoek had betrekking op genderaspecten binnen het lesmateriaal van het zevende jaar kinderzorg (Vereecke, 2006).

Uit het onderzoek ‘Mannen voor kinderopvang’ bleek ook hoe belangrijk het was voor de constructie van een genderneutrale professionaliteit, om een manvriendelijke cultuur te scheppen in de voorzieningen. Bij de Bernard van Leer Foundation en het ESF werd dan ook een project ingediend om een instrument aan te maken dat de betrokkenheid van vaders kon vergroten (Demuynck, Peeters, 2006). In deze context werd ook de film Childcare Stories gemaakt, met bijzondere aandacht voor de rol van mannen in de voorzieningen voor jonge kinderen (Verelst, Peeters, 2006).

De acties hebben een duidelijk effect gehad op het aantal mannen in de kinderopvang. Sinds 2002 is het aantal mannen in de erkende kinderdagverblijven, Diensten voor Opvanggezinnen, IBO’s en zelfstandige onthaalouders in absolute cijfers gestegen van 142 tot 367 in 2005, en tot 415 in 2006*. In percentages betekent dit dat er in 2002 slechts 0,9% mannen in de kinderopvang werkten, en dat dit percentage in 2005 is opgeklommen tot 2,08% en in 2006 tot 2.3%.

Links

Men in childcare

Mehr Männer in den Kindergarten

Males in Early Childhood

[1] *Er waren in 2005 en 2006 geen cijfers beschikbaar over de mini-cèches en de zelfstandige kinderdagverblijven.