Projects

Sociaal beleid

Het project Sociaal Beleid vloeide voort uit het project 'Kinderopvang en Inburgering' dat tot 2006 liep. Dit project moest de capaciteitsuitbreiding van de Nederlandstalige Brusselse kinderopvang koppelen aan toegankelijkheid en taalstimulering.

Uit onderzoek van de Nederlandstalige Brusselse kinderopvang blijkt dat allochtone gezinnen er ondervertegenwoordigd zijn. Een sociaal beleid van de voorzieningen is bijgevolg noodzakelijk. De informatie van en over de kinderopvang moet de specifieke doelgroepen bereiken.

Opdracht van VBJK

1. Intermediairen (VDAB, BGDA, BON, Taallessen) sensibiliseren om hun doelgroep te informeren over het belang van kinderopvang. We probeerden vooral vaders te betrekken. Zo konden moeders hun kinderen makkelijker aan kinderopvang toevertrouwen.

2. Het overleg stimuleren tussen kinderdagverblijven die werk maken van hun sociale functie en die hun opnamebeleid gezamenlijk bekijken. Dit gebeurde in de ad-hoc werkgoep ‘Sociale Kinderopvang’.

3. Een overlegplatform creëren tussen intermediairen en kinderopvang om de toegankelijkheid en wederzijdse afstemming van het opnamebeleid te verbeteren.

4. De betrokken kinderdagverblijven ondersteunen inzake respect voor diversiteit en ouderbetrokkenheid.

VBJK beoogde

1. Verbetering van de toegankelijkheid. Kinderopvang is een noodzakelijke voorwaarde voor heel wat gezinnen om ouderschap met een job te combineren. Een gebrekkige toegankelijkheid treft in de eerste plaats vrouwen, en zeker allochtone en lager geschoolde vrouwen.

2. Een betere doorstroming naar de kleuterschool voor kinderen uit kansengroepen. Dit kan gebeuren via de voorschoolse kinderopvang.

3. Kinderen op jonge leeftijd vertrouwd laten raken met de Nederlandse taal. Dit geldt vooral voor anderstalige gezinnen.

4. Allochtone gezinnen met jonge kinderen rechtstreeks informeren over het belang, de meerwaarde en het functioneren van de kinderopvang.

5. De samenwerking tussen intermediairen en de sector kinderopvang, om tot een goed afgestemd opnamebeleid en een betere toegankelijkheid te komen.

6. Een afstemming van de werking van de kinderdagverblijven, de interculturele dialoog en het respect voor diversiteit.

7. Rekening houden met de specifieke noden van de jonge gezinnen en de organisationele noden van de kinderopvang. .

8. Nieuwe noden sneller zichtbaar maken op beleidsniveau. Het overleg hierover kan vertaald worden in beleidsdoelstellingen.

Concrete acties

1. Intermediairen samenbrengen die allochtone gezinnen als doelgroep hebben. Hen sensibiliseren rond het belang van toeleiding van maatschappelijk kwetsbare ouders naar de kinderopvang. Dit gebeurde met een meertalige DVD met getuigenissen van ouders, gemaakt door VBJK naar aanleiding van het Equal-project ecce ama!

2. Organiseren en structureren van een overlegplatform voor betrokken kinderdagverblijven. De vraag (vanuit kansengroepen) en het aanbod (vanuit kinderdagverblijven) beter op elkaar af te stemmen. Daarvoor werden geregeld intermediairen uitgenodigd. Dit overleg werdgeorganiseerd als een ad-hoc werkgroep van de advieswerkgroep voorschoolse aangelegenheden.

3. Ondersteuning van betrokken kinderdagverblijven in het werken aan respect voor diversiteit. Zo konden culturele drempels afgebouwd kunnen worden en ouders beter betrokken worden bij de werking van de kinderopvang.

4. Het project werd opgevold door een stuurgroep van vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het bevoegde collegelid, de advieswerkgroep voorschoolse aangelegenheden, allochtone organisaties en intermediairen. Een onderzoeker van de Universiteit Gent, vakgroep Sociale Agogiek begeleidde de stuurgroep en volgde het project concreet op.

De instroom van allochtonen in de betrokken kinderdagverblijven zal continu gemeten en geëvalueerd worden (kwantitatieve evaluatie).

BijlageGrootte
bruggen_bouwen_eindrapport.pdf459.74 KB